Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Het is op dit moment voor ons allemaal de nieuwe werkelijkheid: het geven en krijgen van online onderwijs. Studenten en docenten treffen elkaar nauwelijks meer op het REC en ook tentamens vinden niet langer op fysieke locaties plaats. Docenten en andere medewerkers van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid zetten zich samen in om ervoor te zorgen dat de opleiding doorgaat. En daar komt meer bij kijken dan je denkt! In deze reeks geven medewerkers van de faculteit jullie een kijkje achter de schermen. Deze keer vertelt Selma de Groot, docente Goederenrecht.

Docente Selma de Groot

‘We missen de interactie’

Selma mist de normale interactie met studenten het meest. ‘Ik hoor dat ook van mijn collega’s: we missen de gesprekken in de pauzes, de discussies bij het bord en scriptiebesprekingen waar je samen nadenkt over een bepaald probleem’, aldus Selma. ‘We communiceren nog wel, maar het is statischer en minder levend.’

Het heeft wel iets huiselijks om alle studenten in hun kamers te zien en af en toe een hond of huisgenoot door het beeld te zien drentelen. Bovendien zitten alle studenten nu op de eerste rij. ’Ik vind het leuk dat je iedereen goed kunt zien.’

Samen overleggen voor zo goed mogelijk onderwijs

Het omschakelen van fysiek naar online onderwijs is een proces dat enkele maanden in beslag nam. Selma vertelt: ‘Ik moest alle onderwijs- en toetsopzetten wijzigen'. Dat was niet eenvoudig, omdat de maatregelen rondom corona steeds veranderden: het aantal studenten dat naar de faculteit mocht komen, fysiek toetsen, digitaal toetsen, toetsen met of zonder Proctorio. ‘De vorm van het tentamen is afhankelijk van de techniek waarin we het tentamen afnemen. We moesten dus de opzet meerdere keren wijzigen. Zo wilden we aanvankelijk alleen toetsen via tussentoetsen en een schrijfopdracht, en een deel daarvan tijdens het onderwijs. Maar dat bleek logistiek niet uitvoerbaar. Daarna hebben we nog een aantal tussenvarianten bedacht, een voor fysieke toetsen met eindtentamen en een paar weken later voor een Proctorio-tentamen.’

De nieuwe onderwijs- en toetsopzetten moesten besproken worden met de onderwijsdirecteur, de onderwijskundige, de examencommissie, de collega’s van zalenlogistiek én onderwijscoördinatie. 'De onderwijsdirecteur keek bijvoorbeeld of het vak naast een ander vak te volgen was en of het vak inhoudelijk tot zijn recht kwam in het nieuwe format. En de examencommissie keek of die nieuwe opzetten binnen de OER pasten.’

Online onderwijs is echt anders

De overstap naar online onderwijs is niet slechts een kwestie van college geven achter je computer: ’Het is echt anders. Je kunt minder vertellen, je moet onderwerpen anders vertellen, je moet anders visualiseren, en je ziet niet altijd of iets wordt begrepen,’ aldus Selma. Daarnaast staan docenten door digitaal onderwijs nu ook ineens voor een technische uitdaging.  ‘We krijgen adviezen op maat en trainingen van de afdeling ICT om de nieuwe vorm van onderwijs zo goed mogelijk te laten verlopen.’

Komt er extra werk kijken bij digitaal onderwijs ten opzichte van fysiek onderwijs? ‘Ik denk dat veel collega’s nu dubbel zo hard werken, onder andere omdat er minder makkelijke directe communicatie is. Door de veranderde omstandigheden krijgen wij nu bijvoorbeeld veel mails van studenten over onderwerpen waar we niet direct iets over weten, zoals vragen over de techniek van digitaal toetsen.’

Ik heb het idee dat we meer op elkaar aangewezen zijn om online onderwijs succesvol te maken.

In dialoog gaan

Helaas gaat niet alles altijd goed. Hoe voelt het voor Selma als ze hoort dat studenten door een technische storing niet aan een tentamen kunnen deelnemen? ‘Dat is een kleine ramp. Natuurlijk in de eerste plaats voor studenten, maar ook voor ons docenten is het een grote domper. We trekken tijdens de onderwijsweken zo goed mogelijk met studenten op om ze voor te bereiden.’

Selma voegt toe: ‘Misschien moeten we meer in dialoog gaan en van studenten horen hoe zij les willen krijgen. Ik heb het idee dat we meer op elkaar aangewezen zijn om online onderwijs succesvol te maken, maar dat tegelijkertijd de afstand tussen de faculteit en studenten groter is geworden. Het is moeilijker de sentimenten en wensen te peilen. Ik denk niet dat studenten het gevoel hebben in hetzelfde schuitje zitten als de docenten, dat we het even samen moeten rooien zo. Dat vind ik soms jammer.’

Ter afsluiting vragen we Selma wat ze tegen studenten wil zeggen. ‘Ik hoop dat ze goed door kunnen werken en heel veel goede studieresultaten boeken. Dan hebben ze straks ruimte de teugels iets te laten vieren en een studietijd te beleven waar weer ruimte is voor feesten, tussenjaren, stages en buitenlandse studies!’