Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
Onderzoek

Actoren

AIAS-HSI

Het onderzoek van AIAS-HSI richt zich op de interactie tussen individuele actoren op microniveau (werkenden en werkgevers) en collectieve actoren op zowel het niveau van sectoren (vakbonden, brancheorganisaties) en het macroniveau (nationale en internationale vakbonden en werkgeversorganisaties, alsmede staten en internationale organisaties als de Europese Unie). De interactie tussen de verschillende actoren wordt veelal gekenmerkt door onevenwichtige machtsverhoudingen, welk kenmerk een belangrijke reden is voor de regulering van deze relaties.

Individuele werkenden (werknemers én zelfstandigen) en bedrijven (waaronder publieke ondernemingen) zijn de belangrijkste actoren op de arbeidsmarkt. Hun handelingsruimte wordt echter zowel gefaciliteerd als beperkt door de regulering van arbeid, die de grenzen bepaalt van het speelveld waarbinnen de actoren hun keuzes kunnen maken. In het onderzoeksprogramma van AIAS-HSI worden individuele actoren primair onderzocht in het kader van de regulering van arbeid. Het onderzoek analyseert in hoeverre de regulering van arbeid het gedrag van individuele actoren bepaalt en in hoeverre de regulering strookt met de waarden, voorkeuren en belangen van deze actoren.

De regulering van arbeid is het resultaat van acties van verscheidene collectieve actoren. Afgezien van de voor de hand liggende rol van de staat als wetgever, is de regulering van arbeid ook het resultaat van het samenspel tussen collectieve vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers – te weten vakbonnden en werkgeversorganisaties, samen sociale partners genoemd – op het niveau van sectoren, alsmede het nationale en internationale niveau. In veel Europese landen zijn de arbeidsvoorwaarden van een (grote) meerderheid van werknemers geregeld in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) die gewoonlijk gesloten worden tussen de sociale partners. In verschillende mate, is er ook interactie tussen de staat en de sociale partners op nationaal, Europees en internationaal niveau.

Naast de vakbonden spelen ook de ondernemingsraden op het niveau van bedrijven een rol als vertegenwoordigers van de belangen van werknemers. Voor zover ondernemingsraden een rol spelen in de uitvoering, uitwerking of specificering van de regulering van werk op het niveau van de onderneming, doorgaans in overleg met de werkgever, zijn zij ook object van het AIAS-HSI-onderzoek.

In toenemende mate staat de rol en de institutionele positie van de traditionele sociale partners ter discussie, als gevolg van het teruglopende ledental, de afnemende representativiteit en de toenemende verscheidenheid van zowel de werkenden als van het bedrijfsleven. Terwijl de gevestigde vakbonden en werkgeversorganisaties voornamelijk de belangen vertegenwoordigen van de oude kern van de arbeidsmarkt – mannelijke kostwinners en grote industriële bedrijven - voelen nieuwe groepen op de arbeidsmarkt – zoals vrouwen, flexwerkers en zzp’ers, en kleine ondernemingen en zelfstandige ondernemers – zich vaak niet vertegenwoordigd. Nieuwe vormen van belangenvertegenwoordiging ontstaan, zoals ‘broodfondsen’ en initiatieven via sociale media, ofschoon het niet steeds duidelijk is welke rol zij kunnen spelen en of zij de traditionele belangenorganisaties zullen vervangen. Het onderzoek van AIAS-HSI richt zich in gelijke mate op nieuwe vormen van collectieve acties en collectieve actoren als op gevestigde collectieve actoren.

De regulering van arbeid binnen staten wordt in toenemende mate beïnvloed door internationale regelgeving, in het bijzonder die van de Europese Unie. Dat brengt mee dat de rol van internationale actoren ook groter wordt. Tot deze internationale actoren behoren internationale gouvernementele organisaties (zoals de EU en de ILO) en hun organen (zoals de Europese Commissie van de EU), als ook internationale (con)federaties van nationale vakbonden en werkgeversorganisaties (zoals de ETUC en Business Europe).